‘De Schilderswijk is super’

Turan Kurt lr 16

 

Turan Kurt (32) is geboren en getogen in de Schilderswijk. Hij heeft er een leuke jeugd gehad. Nu woont hij er met zijn vrouw Badem en vier kinderen. Turan is gek op de Schilderswijk. Het gezin woonde zo’n twaalf jaar lang in de Abraham van Beierenstraat, in de buurt van de Haagse markt. Turan: “Het was daar heel rustig en gezellig. We hebben er nooit problemen gehad. Ik vond het jammer dat de woningen werden afgebroken. Ik mis mijn oude buren soms wel.”

Blij met verhuizing

Vorig jaar juli verhuisde het gezin naar de Bosboomstraat. Ze bleven dus in de Schilderswijk. Turan’s vrouw nam de beslissing over de woning die ze konden betrekken. Turan was op dat moment zelf aan het werk. “Ik vond dat mijn vrouw het huis mocht kiezen, want zij is veel meer thuis dan ik.”
Ze wonen nu in een vijfkamerwoning. “We zijn er op vooruit gegaan. Daarom zijn we nu toch blij dat we zijn verhuisd. De Bosboomstraat is ook een rustige straat. Dat is fijn. En we hebben aardige buren.”

“Alles is dichtbij”

Zijn ouders komen uit Turkije, maar Turan’s wieg stond in Den Haag. Af en toe gaat het gezin op vakantie naar Turkije, om familie op te zoeken. Maar omdat het nogal duur is, komt dat er niet vaak van.

Turan is enthousiast over Den Haag. “Het is een mooie stad.” Maar hij is vooral gek op de Schilderswijk. Hij heeft er veel vrienden en familie wonen. “En alles is dichtbij: de markt, het centrum, allerlei winkels. De kinderen spelen graag in het Vermeerpark. We willen de wijk niet uit.”

Fietscoach

Turan werkte zestien jaar lang bij McDonalds, onder meer als leidinggevende. Momenteel heeft hij een bijstandsuitkering. Als tegenprestatie vervult hij de functie van fietscoach. Daarnaast volgt hij een cursus op het gebied van veiligheid.

Turan wil in de nabije toekomst graag als verkeersregelaar of in de beveiliging gaan werken. Maar het is niet eenvoudig om een nieuwe baan te vinden.

In zijn vrije tijd voetbalt Turan en traint hij in een sportschool. Thuis kijkt hij graag tv, is hij op zijn laptop bezig of speelt hij met de kinderen. “Als het mooi weer is, zit ik graag op een terrasje of gaan we barbecueën in het Zuiderpark.”

(Gepubliceerd op haagwonen.nl)

Advertisements

“Ik houd van de Schilderswijk”

Judith Bronswijk lr 36

 

Ze is ‘absoluut gek’ op de Schilderswijk. Judith Bronswijk woont met haar hond in de Paulus Potterstraat. Judith werkt als etaleuse. Maar ze wil haar creatieve kwaliteiten in de toekomst op een andere manier gaan benutten.

Als kind woonde Judith zes jaar lang in Portugal. Haar ouders runden er een restaurant. Maar inmiddels woont ze alweer 13 jaar in een hofjeswoning in de Paulus Potterstraat. “Het is hier heel gezellig. Als het mooi weer is, zijn veel buurtbewoners op straat te vinden.”

Judith zorgde er in 2012 voor dat de straat een stuk fleuriger werd. Ze nam namelijk het initiatief voor een muurschildering. Haar plan slaagde. Onder begeleiding van een kunstenaar maakte ze samen met anderen, onder wie veel kinderen, een prachtige, kleurige muur. Toenmalig wethouder Marjolein de Jong onthulde het kunstwerk destijds.
Droombaan
Judith is een energieke, creatieve vrouw van 35. Ze wandelt veel met haar hond, leest en kookt graag. Ze studeerde onder meer fotografie en museologie. “Ik wilde heel graag schilderen, maar dat kon ik niet. Daarom ben ik onder meer gaan fotograferen.”

Momenteel werkt ze als etaleuse. “Dat is heel leuk. Je kunt er creatief in bezig zijn. Maar het is niet mijn droombaan. Over een tijdje wil ik iets met styling en fashion gaan doen.” Om die reden heeft ze meer ruimte in huis nodig dan de twee kamers waarover ze nu beschikt. Een verhuizing in de nabije toekomst is dus onvermijdelijk. “Het liefst blijf ik in de Paulus Potterstraat wonen, maar dan in een driekamerwoning.”
Gezellig hofje
Waarom is ze zo gek op de Schilderswijk? “Alles is dichtbij, zoals de stad, de Haagse mart en allerlei creatieve instanties. Er is van alles te doen. Ik hou ook heel erg van de diversiteit aan mensen in de wijk. Dat maakt het wonen hier interessanter dan in de meeste andere wijken. De Paulus Potterstraat is een hofje. Het is heel gezellig en iedereen is aardig tegen elkaar.”

Volgens Judith zijn veel bewoners nauw betrokken bij hun wijk. Ze hoopt dat die betrokkenheid nog verder zal toenemen. En dat bewoners de kans krijgen van de Schilderswijk het kloppende hart van Den Haag te maken.

Op de foto staat Judith voor de muurschildering in de Paulus Potterstraat, die er dankzij haar initiatief is gekomen.

(Gepubliceerd op haagwonen.nl)

“Ik ga hier nooit meer weg”

Brigitte Verheul zou in Nederland nergens anders willen wonen dan in de Schilderswijk. Ze voelt zich helemaal thuis in de multiculturele wijk.  

Ze is 36 jaar geleden geboren, in de Schilderswijk. Ze woont er nu weer. In een vierkamerwoning in de Abraham Bloemaertstraat. “Ik voel me hier thuis. De woning bevalt prima en het is een gezellig buurtje.” Brigitte heeft drie zoontjes, van 9, 11 en 13. ”Zij zijn mijn grote trots.”

Brigitte werkte vroeger vooral als kassière in de supermarkt. Momenteel runt ze haar huishouden en is ze actief als vrijwilliger. Zo geeft ze fietsles aan vrouwen en helpt ze bij de voorschoolse opvang aan de Van Ostadeschool in buurthuis SamSam. “Dat doe ik met heel veel plezier.”
Brigitte assisteert verder bij naailessen voor tienermeisjes in Wijkcentrum Bario. Ze wil binnenkort een opleiding volgen om in de toekomst een betaalde baan te kunnen vinden in de voorschoolse opvang.

Moslima
Brigitte komt uit een Nederlands gezin. Als kind kwam ze door vriendinnetjes in aanraking met de Islam. “Ik voelde me daar heel goed bij. Het is een vredelievend geloof, ook al wordt daar wel anders over gedacht. Er is veel onbegrip. Mensen zouden zich beter in elkaar moeten verdiepen. Het zou goed zijn als we meer met elkaar praten. Ik ben zelf graag bereid te vertellen hoe ik het zie.”

“Kom eens een kijkje nemen”
Volgens Brigitte hebben veel mensen ook een verkeerd beeld van de Schilderswijk. “Je hoeft hier echt niet bang te zijn. Ook ’s avonds kun je hier gewoon over straat lopen. Natuurlijk gebeuren er wel eens vervelende dingen in de wijk. Maar dat is in elke wijk het geval. Ik zou zeggen: kom eens een kijkje nemen.”

Haar wijk
De Schilderswijk is háár wijk. Waarom is de wijk zo aantrekkelijk voor Brigitte? “Ik hou van de diversiteit van de wijk. Er wonen mensen van allerlei nationaliteiten. Dat zie je ook aan de voedingsproducten in de winkels. Dat is fijn, want dan kun je steeds weer nieuwe dingen in de keuken uitproberen.”

Ook de ligging van de Schilderswijk ziet Brigitte als voordeel. “De Haagse mart en het centrum zijn dichtbij. Hetzelfde geldt voor de moskee. Voor mijn zonen zijn er veel speeltuinen en een kinderboerderij. Er is ook best veel groen en er zijn veel winkels. De Schilderswijk lééft. Er is altijd wat te doen. En ik voel me nooit onveilig. Nee, ik zou hier nooit weg willen.”

Zwerver Dirk is getrouwd en nu marktkoopman in Cádiz

image image image image

We missen hem al zo lang. Sinds Van Kooten en De Bie van de buis verdwenen, hebben we Dirk niet meer gezien. Hoe zou het met onze nationale knuffelzwerver van weleer gaan?

Welnu, het gaat heel goed met Dirk. Ik kwam hem tegen in Cádiz, een stadje zo’n 2400 kilometer ten zuiden van Nederland. Dirk heeft niks meer met Nederland, dat aangeharkte landje vol regelneven en zakkenvullers.

Hij is tegenwoordig marktkoopman. Als eigen baas kun je tenminste gewoon tijdens je werk een pilsje drinken.

En Dirk heeft de vrouw van zijn leven gevonden. Ze runnen hun ‘kraampje’ samen.
Bij het afscheid nemen, vroeg Dirk of ik Van Kooten de groeten wilde doen. Van ‘die andere, die lange lummel’ moet hij nog steeds niets hebben.

Dakloos in Nerja

Juanito lr

Hij is er altijd, Juanito. Dag en nacht. Al jaren. Hij woont er. Buiten. Zijn ‘buitenverblijf’ bevindt zich in Nerja, een druk bezocht stadje aan de kust van Andalusië, Zuid-Spanje.

Hij houdt er dagelijks meerdere siësta’s, op diverse bankjes aan de keurig onderhouden strandboulevard.

Lokale politieagenten wekken hem meerdere keren per week. Een enkel tikje is voldoende. Vanuit een reflex staat Juanito op, om weer even aan de wandel te gaan. De richting doet er niet toe. Hij heeft geen enkele bestemming, in geen enkel opzicht. De enige kant die hij ooit zonder dralen opging, is de zelfkant van het leven.

Landloperij is, zoals in de meeste ‘beschaafde stadjes’, ook in Nerja verboden. De middenstand houdt er ook niet van. Zo’n zwerver levert niks op. Sterker, met een beetje pech houdt hij klanten weg en kost hij zelfs geld. Maar omdat Juanito uniek is, in elk geval in Nerja, nemen winkeliers en restauranthouders hem op de koop toe.

Toeristen kijken van hem op. Staren hem na. Wijzen hem na. Schudden hun hoofd. Delen hun oordeel, achter z’n smalle rug om.

Hij heeft het niet door. Niet meer. Juanito is de schaamte voorbij. Al lang. Hij hoort er niet meer bij.

Hij staat los van de ‘gewone wereld’. Zowel autochtonen als toeristen zijn voor hem een soort aliens.

Als je hem gedag knikt, of ‘Hola’ tegen hem zegt, reageert hij niet. Misschien deed hij dat vroeger wel. Niemand in Nerja kan het je vertellen. Niemand weet ook waar hij vandaan komt. Mexico, denkt de een. Peru, heeft de ander van horen zeggen.

Juanito leeft tegenwoordig nog uitsluitend in zijn eigen, kleine universum. Hij eet uit vuilnisbakken. Zijn dagelijkse menu bestaat uit restjes toeristenvoedsel. Juanito heeft ‘geluk’, want het hele jaar door vindt hij wel iets van zijn gading tussen het afval. Toeristen zijn er immers altijd in Nerja. Pensionada’s overwinteren er, op de vlucht voor de kou in eigen land. Ze hebben alles wat hij niet heeft en ongetwijfeld nooit zal krijgen.

Juanito heeft geen pensioen in het vooruitzicht. Hij heeft geen uitkering, geen salaris, laat staan een vermogen in aandelen, onroerend goed, of andere bron van inkomsten.

Een vroege dood, als gevolg van de een of andere infectieziekte; dat is zijn meest waarschijnlijke perspectief. Maar daar houdt hij zich niet mee bezig. Hij zou er ook niet mee zitten. En al die toeristen? Zij zitten er nog minder mee. Ze gaan niet eens naast hem zitten. Op geen enkel bankje, aan de strandboulevard in Nerja.

De stilte van Torrox

torrox vrouw

Ze is bijna 90, Martha Gonzales. Stram, vanzelfsprekend. Maar nog relatief fit. Ze bewatert het straatje voor haar woning in Torrox nog bijna dagelijks. Zo verjaagt ze de stof die de Zuid-Spaanse hitte steevast blijft opwaaien. De regen neemt haar taak slechts een dag of dertig per jaar over.

Het exorbitant grote aantal zonuren is de belangrijkste reden waarom Torrox, een pittoresk dorpje in Andalusië, bekend staat vanwege ‘het beste klimaat van Europa’. Geen dorpeling in Torrox schalt er de loftrompet over.

Martha heeft er zelfs geen benul van. Goed klimaat, beter klimaat, beste klimaat? Waar gaat het over? Zij is in Torrox geboren en zal er ook sterven. Bijna een eeuw lang al was de zon haar onafscheidelijke metgezel. Zonder zon geen leven, maar die gedachte kwam nooit in haar op. Zonder zonde leven; dat was én is – nog even – het ultieme doel voor Martha.

Ze trouwde bijna zeventig jaar geleden met José Gonzales. Hij was twee jaar ouder en woonde als kind in hetzelfde steegje als Martha. Ze ‘waren voorbestemd voor elkaar’. Dat gold voor alle jongens en meisjes van ongeveer dezelfde leeftijd in dorpjes als Torrox. Voor wie konden ze anders voorbestemd zijn?

Martha en José brachten tijdens hun leven slechts enkele dagen buiten Torrox door. Dat was in Nerja, een stadje nog geen tien kilometer verderop. Voor hen was het een soort New York. In Nerja komen veel buitenlanders. Er wordt volop gefeest, veel gegeten en nog meer gedronken. Martha en José keken er hun ogen uit, maar waren blij als ze de kerktoren van Torrox weer zagen.

Ze kregen ooit verkering zonder er veel woorden aan vuil te maken. Hetzelfde geldt voor het verloop van hun relatie in de lange reeks van jaren die volgde. José vond dat er niet veel te zeggen was. Martha had niet veel te zeggen.

José stierf twaalf jaar geleden. Martha bleef alleen achter. God schonk hen nooit een kind. Ze hebben het hem nooit verweten.

Na de dood van José ging Martha voortaan in het zwart gekleed, in het uniform van de weduwe. Verder veranderde er weinig. Voorheen zat José meestal zwijgzaam naast haar op de patio achter hun woninkje. Nu zit ze er alle dagen alleen. José is heengegaan, de stilte is gebleven.

(The story about Martha is fiction)

Torrox 2

 

Torrox 1